Achtergrond

De regio Rotterdam-Den Haag groeit. Tot 2040 komen er 400.000 inwoners bij, waarvan zo’n 100.000 in Den Haag. Er zijn tienduizenden nieuwe woningen en banen nodig. Een geschikte locatie hiervoor is het Central Innovation District en de Binckhorst. Tot 2040 komen er in dit gebied zo’n 25.000 woningen en 30.000 banen bij. CID-Binckhorst ligt centraal in de stad en de regio en heeft al veel voorzieningen binnen loop- en fietsafstand. Ook zijn er verschillende treinstations, die een goede basis vormen voor betere bereikbaarheid met het openbaar vervoer. Door het openbaar vervoer meer prioriteit te geven, kan de stad groeien. Samen met fietsen en lopen, zorgt het OV dat veel mensen snel en comfortabel op hun bestemming komen.

De gemeente Den Haag, gemeente Leidschendam-Voorburg, het gemeentelijke samenwerkingsverband Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH), de Provincie Zuid-Holland en de Rijksoverheid onderzoeken samen hoe toekomstig openbaar vervoer in en naar CID-Binckhorst zo goed mogelijk georganiseerd kan worden en welke investeringen daarvoor nodig zijn. Dit onderzoek noemen we Verkenning CID-Binckhorst. De zes genoemde partijen worden de initiatiefnemers genoemd en vormen gezamenlijk het kernteam van de Verkenning.

Koningscorridor

De Koningscorridor is de nieuwe regionale vervoersverbinding die zorgt dat reizigers rechtstreeks, hoogfrequent en met een hoog kwaliteitsniveau kunnen reizen van Zoetermeer via Rijswijk, CID-Binckhorst en Den Haag Centraal naar de Internationale Zone en Scheveningen. Hiermee worden belangrijke economische toplocaties in de regio onderling en voor woon-werkverkeer verbonden. Deze OV-verbinding vormt de ruggengraat voor verstedelijking in de hele regio.

Een combinatie wordt denkbaar van rechtstreekse IC’s tussen Den Haag en Utrecht en IC’s die iets vaker stoppen, waardoor bijvoorbeeld Zoetermeer weer een Intercitystation kan worden. Snellere verbindingen naar Utrecht verkorten de reistijd tussen de regio en de (Zuidelijke) Randstad. Dit geeft de Zuidelijke Randstad betere verbindingen met de rest van Nederland, en met de internationale verbindingen naar Duitsland. Op die manier wordt voor bewoners van de Zuidelijke Randstad de trein op den duur zelfs een interessant alternatief voor korte afstandsvluchten.

Kaart

Het gewenste tracé van de Koningscorridor met mogelijke verbindingen richting Delft, Scheveningen en Zoetermeer.

Achtergronddocumenten

Hieronder kunt u de onderzoeksrapporten downloaden die in de afgelopen jaren zijn opgesteld in het kader van het onderzoek naar de HOV-verbinding CID-Binckhorst. Een korte toelichting per onderzoeksrapport:

  1. Rapportage feitenrelaas tussenstap Verkenning CID-Binckhorst (mei 2021): In het Bestuurlijk Overleg MIRT-Verkenning mobiliteit CID Binckhorst van 2 juni 2021 is besloten om een analyse uit te voeren naar het verloop van de vorige fasen in de MIRT-Verkenning CID-Binckhorst. Deze zogenoemde ‘tussenstap’ is uitgevoerd om zorgvuldig in beeld te brengen welke tracés en modaliteiten zijn beschouwd en waarom sommige tracés eerder zijn afgevallen. In het kader van deze analyse zijn interviews met betrokkenen gehouden, en daarnaast is bureauonderzoek gedaan en hebben werksessies plaatsgevonden met betrokkenen uit de vorige fasen. Het resultaat is verwerkt in dit document ‘Feitenrelaas tussenstap’.
    • Startbesluit MIRT-Verkenning Mobiliteit CID-Binckhorst (april 2021): Het startbesluit kenmerkt de officiële start van de MIRT-Verkenning CID-Binckhorst. Dit besluit bevat de afspraken die zijn gemaakt tijdens het Bestuurlijk Overleg MIRT van november 2020, welke zijn ondertekend door alle betrokken partijen. Het onderliggende document is het Startdocument MIRT-Verkenning CID-Binckhorst.
  2. Startdocument MIRT-Verkenning Mobiliteit CID-Binckhorst: Het startdocument omschrijft de start van de MIRT-verkenning. Dit document is een aanvulling en actualisatie van startdocument dat in 2018 (nummer 7) is opgesteld. Het document beschrijft de gezamenlijke opgave voor het gebied, schetst een viertal oplossingen en geeft de aanpak van de MIRT-verkenning weer.
  3. Nota van Antwoord op de NRD (maart 2021): In de Nota van Antwoord zijn alle binnengekomen zienswijzen op de NRD gebundeld en beantwoord. Er staat beschreven op welke wijze de zienswijzen worden meegenomen in het verdere onderzoek. Ook is het advies van de onafhankelijke commissie voor de m.e.r. opgenomen. De reactie op dit advies en hoe het wordt meegenomen in het onderzoek is bijgesloten.
  4. Advies Commissie milieueffectrapportage op de NRD (december 2020): De Commissie m.e.r. bestaat uit onafhankelijke deskundigen. Op verzoek van de zes initiatiefnemers, adviseert de Commissie over de gewenste inhoud van het milieueffectrapport. De zienswijzen en adviezen die in de zienswijzeperiode zijn ingediend door andere belanghebbenden, als reactie op de NRD, zijn door de Commissie gebruikt in het eigen advies.
  5. Notitie Reikwijdte en Detailniveau (juni 2020): De NRD is bedoeld om de reikwijdte en het detailniveau van het onderzoek voor het nog op te stellen Plan-MER te beschrijven. De NRD beschrijft welke alternatieven onderzocht worden en welke criteria en methoden de onderzoekers gebruiken om de milieueffecten in beeld te brengen. Het doel van de NRD is drieledig: 1) het informeren en betrekken van de omgeving, 2) het afbakenen van de te beschouwen alternatieven en 3) het afbakenen van de inhoud van het milieuonderzoek dat in het kader van de milieueffectrapportage (m.e.r.-procedure) wordt uitgevoerd.
  6. Notitie Kansrijke Oplossingsrichtingen (november 2019): De Notitie Kansrijke Oplossingsrichtingen is het resultaat van de Analytische Fase van de Verkenning. Binnen de Analytische fase vormden de Alternatieven uit de preverkenning de basis, die als eerste stap zijn verbreed tot een tiental Alternatieven. Vervolgens is een Afweegkader samengesteld om de tien Alternatieven mee te vergelijken. De drie opgaven van de Verkenning vormden de basis van het Afweegkader. Daarna is effectenonderzoek uitgevoerd van de tien Alternatieven, door het Afweegkader te vullen aan de hand van kwantitatieve en kwalitatieve analyse. Inzichten uit de vergelijking van de Alternatieven leidden vervolgens tot drie Kansrijke Alternatieven.
    • Rapport uitwerking Alternatieven: De aanpak van de verkenning (analysefase) bestaat uit 4 stappen die in tijd en inhoud licht overlappen: het vormen en uitwerken van alternatieven, het opstellen van een afweegkader, het uitvoeren van effectenonderzoeken en het trechteren naar enkele voorkeursalternatieven. Dit document is het resultaat van de stap ‘uitwerken van de alternatieven’.
    • Rapport effectenstudies en Kansrijke Alternatieven: Deze rapportage beschrijft de resultaten van de effectenstudies die zijn uitgevoerd om het doelbereik, de haalbaarheid en de betaalbaarheid van de in de vorige fase gedefinieerde alternatieven globaal in beeld te brengen. Op basis van de effecten en met behulp van de projectdoelstellingen zijn de realistische alternatieven getrechterd naar kansrijke alternatieven.
  7. Startdocument Verkenning regionale bereikbaarheid CID-Binckhorst (oktober 2018): Het startdocument omschrijft de gemeenschappelijke ambities, de opgaven en het afweegkader. Ook introduceert het startdocument een viertal oplossingsrichtingen in de vorm van samenhangende pakketten van mobiliteitsmaatregelen: de alternatieven.
  8. Preverkenning Schaalsprong regionale bereikbaarheid CID-Binckhorst (september 2018): In de preverkenning worden mobiliteitsoplossingen verkend welke bijdragen aan de ontwikkeling van het CID en de Binckhorst, en anders het verkennen van gebiedsontwikkelingsmogelijkheden die bijdragen aan de mobiliteitstransitie. Hierbij werken we aan een integrale aanpak voor het aanbieden van een passende mix van mobiliteit(maatregelen) bij iedere ontwikkelingsfase van het gebied. Dit realiseren we door de ontwikkeling van alternatieven voor de verkenningsfase op basis van een brede analyse van oplossingsrichtingen
  9. Schaalsprong openbaar vervoer Den Haag en regio (februari 2018): Met de Schaalsprong OV bouwen stad en regio Den Haag verder op het succes van RandstadRail naar Rotterdam en Zoetermeer. Met snellere lightraillijnen, met hoge frequentie en betrouwbaarheid, meer capaciteit en grotendeels ongelijkvloers. Met rechtstreekse verbindingen vanuit de regio naar de stad, zodat overstappen niet meer nodig is, wordt het OV aantrekkelijk voor meer reizigers.
  10. MIRT-onderzoek Bereikbaarheid Rotterdam Den Haag (juli 2017): Het MIRT-onderzoek Bereikbaarheid Rotterdam Den Haag is één van de MIRT-onderzoeken die voortkomen uit de Nationale Markt- en Capaciteitsanalyse (NMCA, update uit 2013). Het overkoepelende bestuurlijk gedragen doel van het MIRT-onderzoek is het verbeteren van de bereikbaarheid op een manier die bijdraagt aan het vergroten van de metropolitane samenhang en de agglomeratiekracht van de regio Rotterdam Den Haag.